Molenzorg
navigatie Drieslinter (Linter), Vlaams-Brabant
Foto van <p>Molen Geens<br />Geensmolen</p>, Drieslinter (Linter), Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 22.05.2010 | Database Belgische molens © Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 22.05.2010

Molen Geens
Geensmolen

Molenstraat 20
3350 Drieslinter (Linter)

coördinaten: 50.840671,5.047531
kadasterperceel D440-441 (Neerlinter)
tot 1911 bij Neerlinter

Michel Henrickx
Voor 1775 / 1866
Middenslag watermolen
Korenmolen
Groot gebouw uit bak- en natuursteen
Ingebouwd metalen middenslagrad, diameter 5 meter
Nog aanwezig
Goed
M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
02.03.1994
Geen
Niet toegankelijk

Beschrijving / geschiedenis

Watermolen gelegen op de samenvloeiing van de Grote en Kleine Vliet met de Grote Gete. Deze zijriviertjes van de Grote Gete werden verbonden tot leibeken om er watermolens te bouwen. De Grote en Kleine Vliet hebben door hun positie een kleiner verval dan de Grote Gete en daar heeft de watermolen in de 18de eeuw zijn plaats gevonden. De watermolen ligt op 31,09 meter boven de zeespiegel.

Was oorspronkelijk afhankelijk van een heerlijkheid. Hij diende voor de bewerking van graan, oliezaden en kemp, toen hij op 13 februari 1756, door burggravin de Lardenois de Ville verpacht werd aan Wilem Goel van Zichem, voor 780 gulden per jaar.
Op 17 maart 1828 kwam de watermolen in het bezit van de familie Geens, vandaar de molennaam.

Drieslinter (Linter)

naam: Molen GeensGeensmolen

type: Middenslag watermolen

 

Van:

naam: Wim Rock

email: rock.wim@gmail.com

 

Onderwerp:

Tekstaanvulling Molenbestand

 

Bericht:

Een verre verwant van mij, Louis Fox (geboren Tienen, 14.8.1847, in 1886 getrouwd met Barbara Theresia Vanderstukken) was molenaar in Neerlinter. Kan het dan alleen om deze molen gaan?

In 1866 werds de graanwatermolen afgesplitst. De oliemolen werd in 1879 ontmanteld en ingericht als landgebouw.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Geens-Wera Arnoldus, molenaar te Neerlinter
- 20.01.1838, erfenis: en kinderen (overlijden van vrouw Wera)
- 27.02.1846, erfenis: de kinderen (overlijden van Arnoldus Geens)
- 03.10.1849, deling: Geens Joannes Franciscus, landbouwer te Neerlinter (notaris Aspeculo)
- 1866, eigenaar: a) Geens Josefina en b) Geens Louis, te Neerlinter
- 15.09.1881, eigenaar: Geens Josephina, zonder beroep te Neerlinter
- 16.11.1962, deling: a) Verheyden Maria Ludovica Elisabeth, b) Verheyden Elisabeth Maria Josephina Antoinette, c) Verheyden Geneviève Marie Louise Philippine (samen voor 1/4 naakte eigendom), d) Geens Antoine Jean Louis, e) Geens Joséphine Philippine en f) Geens Elisabeth Jeanne (samen voor 3/4 volle eigendom  en 1/4 vruchtgebruik) (notarissen Rosseeuw en Springers)
- 29.03.1968, gift: Van Welkenhuyzen Armand Eugeen, landbouwer te Drieslinter (notaris Rosseeuw)

In de jaren 1970 werd de zijarm gedempt.
De Molenstraat verbindt de dorpskern van Drieslinter met deze molen. De watermolen is een aanhorigheid van een vrij ruime hoeve in los verband die zich aan beide kanten van de straat uitstrekt. De gebouwen zijn opgebouwd rond een vroeg-18de-eeuwse kern; de stallingen en de oliemolen dateren van de 18de eeuw. In de onmiddellijke omgeving bevinden zich nog vier hoeves uit de 19de-20ste eeuw in een recent huis.

Het betreft een volledige watermolen met een vroeg 18de-eeuwse kern, sluiswerk en oliestampkot en die in de 19de eeuw op zeer evenwichtige wijze werd uitgebouwd en aangepast. Het is een uitzonderlijk voorbeeld van een bijzonder krachtige molen met vijf steenkoppels. Het woonhuis heeft een bijna vierkantig grondplan, met vier traveeên en twee bouwlagen onder een schilddak (kunstleien) en dateert uit het vierde kwart van de 19de eeuw. Opgetrokken in baksteen met sporadisch gebruik van zandsteen voor hoekstenen, steigergaten en negblokken en arduin voor de lateien.
De molen bevindt zich aan zuidzijde, oorspronkelijk gescheiden van het woonhuis. Het gebouw, met vermoedelijk oudere kern, telt één bouwlaag onder een zadeldak (mechanische pannen) tussen aandaken met muurvlechtingen.
De ingang naar het erf situeert zich ten westen, tussen de stalvleugel (haaks op de straat) en een kleine schuur. Aan de overkant van de straat (westelijk) staat de grote langsschuur van 1895. De drie gebouwen zijn voorzien van aandaken met topstuk.
Het brugje over de Gete is in baksteen opgetrokken met gebruikmaking van zandsteen. Het is een belangrijk element in het dorpsgezicht daar het haar waarde ontleent aan het historisch verloop van de Grote Gete zelf.

De voorlaatste molenaar, Franciscus Debroux (°1903), werd opgevolgd door Georges Vanwelchenhuyzen (°1928), die de molen slechts gedurende een korte tijd deed draaien. Op 2 maart 1994 werd de molen beschermd als monument en samen met zijn omgeving als dorpsgezicht.

Behoudens de te herstellen pluiplanken van het waterrad is de compleet bewaarde technische uitusting nog van die aard dat de "Geensmolen" op zich maalvaardig kan worden gemaakt. Evenwel kan door een ongelukkige waterhuishoudkundige ingreep het waterrad niet meer van stromend water voorzien worden.

Bouwkundige en technische beschrijving

Woning en molen onder één overkragend schilddak met asbestschaliën, op ± vierkant grondplan (4 x 5 traveeën); 2 zolders elk voorzien van een laaddeur. Bakstenen gebouw met natuursteen verwerkt in horizontaal afgedekte venster- en deuromlijstingen, in de hoeken, in de stellinggaten en in de watergevel (18de eeuw). Gelijkvloers: vloer bestaande uit grote plavuizen. Het molengedeelte bezit een afzonderlijke toegang. Op de andere oever: voormalige oliemolen: bak- en natuursteen, zadeldak met pannen, watermuur in diestiaan, vlechtingen in de zijgevels; vroeg 18de eeuw (1749).
Waterwiel
Middenslagrad, diameter 5 m, geklonken plaatijzer, gietijzeren hart met stralen erop gebout; houten pluiplanken. Stalen as: draaiend op houten blokken. Dit alles afgedekt met groot zadeldak met S-pannen. Houten platform naast het wiel.
Sluiswiel
Houten glijbalken met ijzeren glijprofielen, ijzeren borstbalk, houten sluisdeuren met bouten (vierkante kop); bediening door middel van tand en beugelsysteem. Op de borstbalk staan houten stijlen die de voormalige overkapping ondersteunen. Krooshek ter hoogte van maalsluis. Uitzonderlijk: houten wand tussen los- en maalsluis.
Maalvloer ondersteund door gietijzeren steunen met dito dwarsverbindingen verbonden.
Bijgebouwen
Langgevelige stallingen (1ste helft 18de eeuw): bak- en natuursteen; zadeldak met S-pannen; zijgevel met vlechtingen. Grote Brabantse schuur (±1850), in baksteen, vlechtingen in de zijgevels, laterale dorsvloer.

Lieven DENEWET, Herman HOLEMANS & Jo DE SCHEPPER

M.A. Duwaerts e.a., "De molens in Brabant", Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961;
Herman Holemans, "Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 4: arrondissement Leuven (A-L)", Kinrooi, Studiekring 'Ons Molenheem', 1993.
Jo De Schepper & Nele Goeyvaerts, "Beschermingsdossier DB000804", 1994.
Paul Pans, "'Je roeping volgen is rode draad door stamboom'. Johan Vandenbempt schrijft boek over familiegeschiedenis", in: Het Nieuwsblad, 02.08.2008.
Mailbericht Ton Slings, 06.12.2012.

Overige foto's

transparant

<p>Molen Geens<br />Geensmolen</p>

Foto: Robert Van Ryckeghem

<p>Molen Geens<br />Geensmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 22.05.2010

<p>Molen Geens<br />Geensmolen</p>

Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 09.01.2007

<p>Molen Geens<br />Geensmolen</p>

Foto: Michel Vanhouche, Denderleeuw

<p>Molen Geens<br />Geensmolen</p>

Oude prentkaart. Verzameling Ons Molenheem


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Molen Geens<br />Geensmolen</p>, Drieslinter (Linter)homevorige paginaNaar Verdwenen Molens