Molenzorg
Oppuurs (Puurs-Sint-Amands), Antwerpen

Foto tussen 1901 en 1914. De persoon bij de molenwiek is molenaarsgast Florent Muys. Verzameling Ons Molenheem
Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Pandgatmolen

Ligging
Pandgatheide 2
2890 Oppuurs (Puurs-Sint-Amands)

kadasterperceel C351


toon op kaart
Type
Staakmolen, later stenen bergmolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
voor 1508, in hout / 1901, in steen
Verdwenen
1898, vernield / 1914 - 30 september, oorlog
Beschrijving / geschiedenis

De Pantgatmolen op de Pandgatheide (nr.2) was oorspronkelijk een houten graanwindmolen in de Pandgatheide nr. 2.

Deze standaardmolen werd voor 1508 opgericht.

De grootvader van de eerste baron, Jean-Charles Snoy, heer van Elsbroeck-Calster en lid van de Staten van Brabant, kwam door zijn tweede huwelijk met de dochter van de heer van Oppuurs (Philip de Randerode) in het bezit van de Pandgatmolen. In 1621 overleed de echtgnote van Snoy en zo erfde hij haar bezittingen, waaronder de Pandgatmolen. Beiden verbleven in Utrecht-stad en later aan de Nekkerspoel te Mechelen ten huize "Burcht".

Rond 1749 was aan de Pandgatmolen ook een rosmolen toegevoegd. Van dit roskot is er niets meer te bespeuren. In het latere magazijn was een rosoliemolen ingericht.

Er bleven huurovereenkomsten bewaard van 8 april 1661, 1 maart 1667 en 23 juni 1749.

Kadastrale beschrijvingen:
- 1821: "le moulin à vent, construit en bois, situé S(ecti)on C351, exploité par le propriétaire, recevra l'évaluation brute de f. 450, un tiers à déduire pour entretien et réparations, reste en produit net de f. 300".
-1832: "dezen graenwindmolen is in hout gebouwd en heeft twee paer steenen welke niet gelijktijdig kunnen gebezigd worden. Hij is in goeden staat en wordt verhuurt aan Franciscus De Donker, molenaar". In het midden van de 19de eeuw had hij een kadastraal inkomen van 342 frank en het terrein besloeg een oppervlakte van 1710 m².

Eiigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: De Bock Petrus Henricus, winkelier te Sint-Amands; huurder-molenaar is De Doncker Franciscus
- 02.05.1837, erfenis: de kinderen: a) De Bock Virginie, b) De Bock Jeanne Adelaïde, c) De Bock Amelie Constance en d) De Bock Gustave (overlijden van Pierre Henri De Bock)
- 23.10.1879, verkoop a) Dedoncker-Peermans Joseph, de weduwe te Oppuurs en b) Verdickt-Dedoncker Henri, landbouwer te Oppuurs (notaris Verbelen)
- 09.11.1881, erfenis: Verdickt-Dedoncker Henri, molenaar te Oppuurs (overlijden van vrouw Peersmans)
- 08.10.1885, erfenis: de weduwe Dedoncker (overlijden van Henri Verdickt)
- 06.08.1887, erfenis: Verbruggen-Dedoncker (later Verbruggen-Van der Linden) Pierre Edmond, molenaar te Oppuurs (overlijden van de weduwe)
- 26.06.1907, erfenis: de weduwe en kinderen (overlijden van Pierre Verbruggen)

Op 25 oktober 1888 deed maalder Edmond Verbruggen een aanvraeg voor de oprichting van een bakoven in een gebouw van zijn woning. Op 28 juni 1893 deed hij een aanvraag tot het bijplaatsen van een stoomtuig met een paardenkracht van 14 pk.

De standaardmolen waaide om tijdens een storm in 1898. Hij werd in 1901 op dezelfde plaats in steen heropbouwd op initiatief van molenaar Petrus Verbruggen- Van der Linden.

Tijdens de opruiming van de gevallen molen werd in "Het Nieuwsblad van 't Kanton Puers" van zondag 11 juni 1899 melding gemaakt van een insnijdingen.  De rechtstaande standaard of "middenstaak" droeg de datum "10 Meert 1692". Een van de deurtjes van een scherpkastje werd aan beide kanten bewerkt met namen en data. Op één van de aswielen ("raderwielen") stond in een cirkel het volgende verzorgd ingeschreven opschrift: "I MEAS RUISA ALHAT ICK DUYSEN TONGHEN SOE EN CAN ICK NIET GHESTOEPPEN CLAPPER MONDEN IN VIDO LEATAS MORDIT NIET SONDER GOED, IN JULUIS ANNO 1692.
De betekenis is: I. Maes Ruisa (naam van de schrijver). Al had ik duizend tongen, toch kan ik het geklap van de monden niet stoppen, maar dit niet zonder (maal)goed, in juli anno 1692.

De nieuwe molen was een bergmolen met een vrij hoog onderstuk, aangeaard met een talud. Het raderwerk, de balken en assen waren afkomstig van de in verval geraakte molen in Saint-Amand bij Fleurus, provincie Henegouwen, waarvan de romp nog bestaat. Het metselwerk werd uitgevoerd door Frans Borghijs uit Sint-Amands en het mechanisme door Victor Vervloedt, molenmaker uit Putte.

In 1900 werd in Oppuurs een boerengilde opgericht. Een belangrijke doelstelling was het samen aankopen van veevoedergrondstoffen, zoals lijnzaadkoek. Met de Pandgatmolen werd daartoe een tijdlang samengewerkt. Een afgevaardigde van de boerengilde ging deze grondstoffen meestal aankopen in Antwerpen. Deze harde lijnzaadkoeken of grote schilfers werden in zakken gedaan met een onregelmatig gewicht en naar de molen gebracht, waar ze gewogen werden in het bijzijn van een afgevaardigde van de gilde van Oppuurs. Deze koeken werden verwerkt tot veevoeders en in zakken van 50 kilogram verpakt. Die werden naar het magazijn van de gilde in  'tkafkot" gebracht waar de leden hun waren konden afhalen. Later kwam daar een einde aan en werden veevoeders aangekocht via de plaatselijke zaakvoerder bij de Aan- en verkoopvennootschap van de Belgische Boerenbond, nu AVEVE. De respectievelijke zaakvoerders waren: Jaak Lenaerts (Mesju) (1923 - in 2924 vertrokken naar Frankrijk), Pieter Segers (1923-1953), Isidoor Mertens (153-1970), Jozef De Keersmaecker (1970-1989) en Geert De Keersmaecker (1989).

De stenen molen kreeg in 1908 een 20 pk-hulmotor met benzine, zodat hij minder afhankelijk was van de wind en kon dan ook met verschillende molenstenen tegelijk in werking gehouden worden.

Op 30 september 1914, bij het begin van de eerste wereldoorlog en de oprukkende Duitse troepen, werd de molen om strategische redenen door het Belgisch leger in brand gestoken. De molen belemmerde het zicht vanop het fort van Bornem en zou eventueel ook een uitkijkpost kunnen vormen voor de Duitsers.

Wegens de verwoesting tijdens de eerste wereldoorlog had men recht op een schadevergoeding. Een vonnis te Mechelen op 1 december 1924 bevestigde dit. In 1925 kreeg men daar tijding van. Met tientallen brieven drong de weduwe Edmond Verbruggen-Van Der Linden aan tot de uitbetaling. Ze had het geld dringend nodig om de werking van de nieuwe molen verder te kunnen zetten. Zoals blijkt uit drie van de bijgevoegde brieven was daar in maart 1927 nog weinig van te merken. De schatting die een gezworen landmeter en schatter op 5 december 1914 gedaan had, bedroeg een kleine "dertig duizend frank". Dit alles zonder de geleden schade toen er niet meer gemalen kon worden.

Na de oorlog werden de werkzaamheden voortgezet in de nieuwe maalderij die Verbruggen liet bouwen aan de Katttestraat 45 in Oppuurs. maalderij aan de Kattestraat. Ondanks de brand van de windmolen, konden een aantal onderdelen in de maalderij worden hergebruikt.

De naast de molen gelegen onafscheidelijke molenput, omgeven met oude eikentronken, is nog bewaard. Het woonhuis en schuur aan de overzijde van de straat (Pandgatheide nr.1) gaan vermoedelijk nog terug tot de bestaansperiode van de eerste molen. Van in het begin bevond zich daar het molenhuis met "magazijn". Het sterk aangepaste woonhuis met stallingen bezit nog een oude kern; schuur aan de straat deed achtereenvolgens dienst als "magazijn", als maalderij (gemechaniseerd) en als onderdeel van de boerderij. Verwerking van verschillende elementen, afkomstig uit de Pandgatmolen: molenwieken verwerkt in balkwerk van de schuur, baanstenen, halve molenstenen als dorpel, scherpkastdeurtje (thans in bezit van molenliefhebber Mike Ekelschot uit Gent).

Het afbranden van de stenen Pandgatmolen in 1914 versnelde de oprichting van een nieuwe stoommaalderij "Molens Verbruggen" in de Kattestraat 45, in de nabijheid van het station omdat van daaruit het vrachtvervoer van Oppuurs geregeld werd. Het linker gedeelte (grenzend aan het woonhuis) van de maalderij gaat in kern terug tot het eerste concept, gebouwd in 1917-1918 in opdracht van gebroeders Verbruggen, bestaande uit een T-vormig gebouw met aan de westkant een 20 meter lange schoorsteen; reeds in 1919 uitgebreid (inrijpoort, straatgevel,...). In 1924 bouw van het woonhuis en uitbreidingswerken. In 1954 werd de maalderij omgebouwd tot nijverheidsmolen. In de jaren 1960 en 1970 gebeurden talrijke moderniserende uitbreidingswerken (rechter gedeelte van maalderij) en aanpassingen (voorgevel van linker gedeelte).

Luc Verbruggen, zoon van Edmond, nam op 26 janari 1885 het bedrijf over. Het bedrijf werkte vanaf 2003 samen met de bvba Luc De Winter-Jan Roossen. Zij namen later het bedrijf over en verkochten het hele bedrijf in 2007 aan de bouwmaatschappij "Intercommunale Igomo" te Mechelen.

Lieven DENEWET & Jozef DE KEERSMAECKER

Bouwkundige beschrijving van de voormalige loon- of stoommaalderij, later nijverheidsmolen B.V.B.A. "Molens Verbruggen" (Agentschap Onroerend erfgped)
Bakstenen constructie van vier traveeën en drie bouwlagen met aansluitend woonhuis van drie traveeën en twee bouwlagen; beiden onder zadeldak (nok parallel aan de straat, leien).
Verankerde lijstgevel, geritmeerd door lisenen, op gecementeerde plint; derde travee uitgewerkt tot trapgevel met open oculus en topstuk; korfbogige deur met omlijsting waarboven ovale oculus; rechthoekige vensters, op de begane grond getralied, voorzien van gietijzeren latei met rozetten en ontlastingsboog; rechthoekige poort; verwerking van decoratieve en constructieve elementen afkomstig uit Pandgatmolen; arduinen gevelplaat "Oppuers", afkomstig uit het nabij gelegen station. Woonhuis met segmentboogvormige muuropeningen; gebruik van gesinterde baksteen voor muurbanden, ontlastingsbogen en borstwering; gegraveerd glaspaneel in bovenlicht van deur.

Bijlagen

D. De Boeck, "Leefgewoonten van onze ouders en voorouders", Oppuurs, eigen beheer, 1981, ill., vermeldt op p. 55-56 (ons gemeld door A. Smeyers, Alsemberg)
"De Waterduivel
Langsheen de Klaverbeek, tussen Lippelo en Oppuurs werden de voorbijgangers 'overaats' regelmatig achtervolgd en overvallen door de waterduivel. Dit was een kwelgeest die waterduivel werd genoemd omdat hij zich altijd bij het water vertoonde.
In de verbeelding van de mensen kwam hij uit het slijk gekropen en sleurde een lange ketting achter zich aan. Die ketting deed hij rinkelen en dat deed de mensen aan duivelse praktijken van 'vastketenen op een brandstapel' [sic: blijkbaar is hier het werkwoord "denken" of iets dergelijks weggevallen?]. Vandaar de schrikwekkende naam waterduivel.
Generaties lang heeft die waterduivel lelijk huis gehouden als spookgedaante langsheen de Klaverbeek.
Ook de mensen die met hun graanzakken van Lippelo naar de Pantgatmolen te Oppuurs reden, moesten over deze brug. Heel wat 'bakzakken' zijn hier ooit met kruiwagen en al afgezet onder 'schrikbedreiging'. De kruiwagen werd nooit meegenomen omdat die herkenbaar was. Gewoonlijk werd die in de Klaverbeek gereden. Dagen nadien kwam de rechtmatige eigenaar, als hij bekomen was van de schrik 'zijn kruiwagen' uit de beek halen! Dat deed hij dan meestal niet alleen! Het was ook zo dat men vooral bij winterdag, maakte dat men over de Klaverbeek was voor het donker was.
Als er iemand van Lippelo met een 'bakzak' naar de molen van Oppuurs moest, reed hij bij voorkeur in de voormiddag. Ging dit niet, dan werd er zo vroeg mogelijk na de middag doorgereden om toch maar bij tijds terug te kunnen keren. Het viel dan wel eens voor dat er abnormaal veel 'bakzakken' voor waren. In zo'n geval werd er dan aan een man van Lippelo 'voorrang' verleend, zodat hij toch voor den donkeren voorbij de Klaverbrug kon geraken!
De waterduivel was niet alleen een schrikaanjagende verschijning, maar hij was daarbij ook gevaarlijk als het slachtoffer 'tegenstribbelde'. Dan viel het voor dat er hardhandig werd toegeslagen met de kettingen."

Literatuur

Archieven
Provinciaal Archief Antwerpen, V.I. Oppuurs, 1862-1936, dossier 8, 1918.

Gedrukte bronnen
"Het Nieuwsblad van 't Kanton Puers", zondag 11 juni 1899 (over de insnijdingen bij de afbraak)

Werken
"De Pandgatmolen te Oppuurs (1508-1898)", Eigen schoon en de Brabander. 1971, 1-2-3, p. 67-71.
A. Verbruggen, "Genealogie van de baronie Oppuurs onder de adellijke familie Snoy", Jaarboek van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant v.z.w., jg. 20-21, 1985-1986, p. 69-128.
A. Verbruggen & J. Van Stichel, "De Pandgatmolen in Oppuurs. Bijdragen tot de geschiedenis van de molens en het maalderijwezen in Klein-Brabant", in: Heemkundig Jaarboek. Uitgave van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant v.z.w., jg. 13, 1978, p. 53-83.
J. Verbesselt, "Het Domein van de Abdij Cornelimunster in Brabant. Het Ontstaan en de Ontwikkeling van Puurs", Pittem, 1968.
F. Hooghe, W. Verstraeten & L. Rochtus, "Het Kasteel van Bornem. Duizend jaar Europese Geschiedenis. Deel A. Van het ontstaan tot de komst van Pedro I Coloma", Jaarboek van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant v.z.w., jg. 42), Puurs, 2007.
Jozef De Keersmaecker, "De Molens van Oppuurs", in: "Klein-Brabants Molenboek". Jaarboek van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant vzw, 44e jg., 2009, p. 210-218.
S. De Sadeleer, H. Kennes, G. Plomteux & R. Steyaert, Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kanton Puurs, Klein Brabant, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 13N3, Brussel - Turnhout, 1995.
L. Callaert, Klein-Brabant van k tot t, Puurs, 1966.
Eigen schoon en de Brabander. Oppuurs, jg. 3-4, Brussel, 1969, p. 192-194.
Heemkundig jaarboek van de vereniging voor heemkunde in Klein-Brabant, dl. 1, 1972-73; jg. 9, 1974; jg. 14-15, 1979-80; jg.25-26, 1990-1991, jg. 28-29, 1993-1994, sine loco.
Oppuurs, 300 jaar baronie, Klein-Brabant. Informatieblad, 6, jg. 3, sine loco, 1964, p. 1-2.
J. Verbesselt, J. Van Overstraete & J. Van Stichel, Oppuurs, idyllisch hoekje in Klein-Brabant, Gent, 1964.
J. Verbesselt, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw. Oppuurs, dl. IX, Pittem, 1969, p. 30, p. 102, p. 223-226.
A. Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, nieuwe uitgave van de originele tekst van 1855, dl.6, Brussel, 1972, p.97-101.
Herman Holemans & P.J. Lemmens, Molens van Klein-Brabant, Mechelen en de Rupelstreek, Nieuwkerken, 1987, p. 81.
De Kinderen Els, "Evenwicht tussen traditie en vooruitgang. P.V.B.A. Molens Verbruggen te Oppuurs", De Belgische Molenaar, jg. 84. 1989, 4, p. 70-73.

Mailberichten
Mike Ekelschot, Aalter, 05.06.2012.
Aimé Smeyers, Alsemberg, 29.12.2013.

<p>Pandgatmolen</p>

Prentkaart uitg. P. De Vries-Van Bauwel, ca. 1900. Verzameling Ons Molenheem


Stuur uw teksten over deze molen  | 
Stuur uw foto's van deze molen
  
Laatst bijgewerkt: zondag 6 oktober 2019

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens