Molenzorg

Reningelst (Poperinge), West-Vlaanderen


Prentkaart ca. 1900. Let op de riemoverbrenging tussen de maalderij en de windmolen. Coll. Gilbert Deraedt, Leidschendam
Algemeen
Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Kasteelmolen
Molen Castel

Ligging
Lokerseweg 29 ,
8970 Reningelst (Poperinge)

noordoostzijde
schuin tegenover de Zoetendaalstraat
nabij hoek met Diepestraat
800 m ZO v.d. kerk
kadasterperceel D547

Geo positie
Type
Staakmolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
1372-73 / voor 1775 / 1801
Verdwenen
1800 - 9 november, storm / 1918 - april, oorlog
Beschrijving / geschiedenis

De Kasteelmolen was een houten korenwindmolen op het hoogste punt van Reningelst, aan de noordoostzijde van de Lokerseweg (nr. 29), schuin tegenover de Zoetendaalstraat, nabij de hoek met de Diepestraat op 800 meter ten zuidoosten van de kerk van Reningelst.

Op deze plek werd al in 1372-73 een eerste staakmolen gebouwd. In een rolrekening, bewaard in het Algemeen Rijksarchief te Brussel, wordt hij duidelijk als "Casteel Moelen" vermeld. Deze benaming verwijst dat de molen de banmolen was van de heren van Reningelst. Het omwalde kasteel van de heren van Reningelst was gelegen ten zuiden van de kerk, bij het huidige Reningelstplein. Het werd door de Fransen verwoest in 1793. De kasteelweide bestaat trouwens nog en een lichte verhevenheid wijst op de plek, waar de burcht ooit de omgeving domineerde. Deze weide, die ooit door een verkaveling was bedreigd, is thans als landschap beschermd.

Molenaar Jan Knnockaert was in 1566 lid van het consistorie in Reningelst en was voor eeuwig verbannen om gewapend de predikant te hebben begeleid. Hij werd verbannen door de raad van beroerte404.

We zien de staakmolen aangeduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een staakmolen en telkens met de benaming "Kasteel Molen" in de Atlas der Buurtwegen (ca. 1845), op de topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850) en op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1855).

Kort voor 1800 werd de staakmolen verkocht aan M. Decodt en in pacht gegeven aan Pieter Vandromme.

De staakmolen waaide om door het orkaan van  9 november 1800 (zie bijlage), maar werd in 1801 heropgericht als een driezolder-staakmolen.

Engel Albertus Decapmaker (°Passendale 1804 - +Reningelst 1849), zoon van molenaar Petrus Joannes en Godelieve Rosa Martha Demoor (Passendale, 1779-1851) van de Molenhoekmolen in Passendale, werd na zijn huwelijk in 1833 met Theresia Coleta Deforche (°Oostnieuwkerke 1808 - + Passendale 1891) molenaar in Langemark. Het echtpaar kocht in 1845 de Kasteelmolen van Reningelst aan. Engel Decapmaker overleed evenwel vroegtijdig in Reningelst op 23 februari 1849. Zijn kinderen waren allen nog minderjarig. Om uit onverdeeldheid te treden, verkochten ze de molen op 19 april 1858 aan Jacobus Pareyn landbouwer-molenaar in Reningelst.

De molen kreeg vier steenkoppels, aangedreven door drie kamwielen op de molenas. Molenaar en molenmaker Emiel Carton getuigde dat er slechts drie dergelijke molens waren in de hele streek. Miel Carton was overtigens tot aan zijn dood in 1953 herbergier van café Het Molentje, gelegen aan de andere zijde van de Lokerseweg en later omgevormd tot woonhuis.

Eigenaars:
- tot 1796: de opeenvolgende heren van Reningelst
- kort voor 1800, verkoop: Decodt (pachter-molenaar: Pieter Vandromme)
- voor 1834, eigenaar: Decodt Louis Joseph, de weduwe en de kinderen
- 16.08.1840, erfenis: Decodt Franciscus Josephus en broer en zusters, vrederechter te Ieper (overlijden van de weduwe van Louis Joseph Decodt)
- 23.09.1845, verkoop: Decapmaker-Deforche Angelus Albertus, molenaar te Langemark (notaris Van der Meersch)
- 23.02.1849, erfenis: de weduwe en de minderjarige kinderen (de kinderen: a) Decapmaker Bruno (+1856), b) Decapmaker Amatus (°1837), c) Decapmaker Clement (°1839), d) Decapmaker Richard (°1843) en e) DecapmakerEmile (°1847)) (overlijden van Angelus Decapmaeker)
- 19.04.1858, verkoop: Pareyn Jacobus Ignatius, landbouwer-molenaar te Reningelst (notaris Vaneecke)
- 1875, erfenis: de kinderen
- 21.09.1885, verkoop: Lamerant-Carton Casimir Joannes, landbouwer te Reningelst (notaris Boucqney)
- 22.03.1916, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Casimir Lamerant)

De laatste pachters-molenaars waren: een Claeys (afkomstig uit Boezinge), Achille Lamerant (uit Wijstschate) en vanaf 1906 de familie Castel.

Op zondag 5 november 1865 vond op de molen een dodelijk ongeval plaats. Het slachtoffer was de 14-jarige Petrus Notte, die als koewachter in dienst was bij molenaar Pareyn. Volgens de "Gazette van Tielt" van 11 november 1865 was de ongelukkige "in de wielen van den molen van deze laatste gegrepen, hebbende het hoofd op eene afschuwelijke wijze verpletterd". Een gelijkaardig bericht verscheen in de Standaerd van Vlaenderen van 9 november 1865.

De open voet werd in 1902 omsloten met een teerlingkot. In dat jaar werd ook een systeem ontwikkeld om zowel met de wind als met stoom te malen. Aan de linkerzijweeg van de molenkast was een riemschijf, waarmee in de nabijgelegen schuur een transmissie-as via een riem werd aangedreven. Deze as kon naar believen een blaasbalg voor smisvuur, een boormachine of een waterpomp aandrijven en zelfs een dynamo. Dit kon echter alleen bij zuidwestenwind (lange riem gekruist) of bij noordoostenwind (korte riem, niet gekruist). Omgekeerd kon met deze overbrenging ook worden gemalen bij windstilte, met behulp van een locomobiel. Een hoge schouw op het machinekot vormde het verlengstuk van de schouw op deze stoommachine. Aan de vangzijde van de Kasteelmolen bevond zich een groot kombuis.

Op 23 maart 1911 kreeg de driezolder een 1600 kg zware ijzeren standaard, geleverd door de firma Verhaeghe te Ruddervoorde voor de som van 560 frank. In totaal werden, voor zover bekend, slechts vier molens met zo'n geklinknagelde standaard uitgerust, waarvan er heden nog slechts één bestaat (de Markeymolen te Pollinkhove).

Tijdens de eerste wereldoorlog werden in Reningelst verschillende legerkampen opgericht. Ook de directe omgeving van de molen veranderde aldus in militair domein. In de weide ten noorden van de molenterp lag het Ontario Camp, ten noordoosten het Quebec Camp en in het zuidoosten het Alberta Camp. Namen van Canadese provincies, zodat niet moeilijk te raden vallt, welk leger hier ingekwartierd was.

De soldaten keken met ontzag naar de windmolen op: "Just above the huts rose a kind of Heath Robinson windmill, top-heavy and askew, with a few houses forming the hamlet of Zevecoten. This mill and a similar one on the top of the Scherpenberg near Kemmel were landmarks visible from afar. They were built of wooden storeys and looked as if they had been piled up carelessly by some freakish baby giant for amusement, and why they never fell over when the wind blew was a mystery".

Op 14 augustus 1916 werden de Canadese troepen die in Reningelst waren gelegerd, geïnspecteerd door King George van Engeland. Van dit hoge bezoek werden enkele foto's gemaakt door de officiële legerfotograaf. Min of meer bij toeval bepaalt de Kasteelmolen daarbij het decor op de achtergrond. De wagen van zijne majesteit hield halt op de Lokerseweg, toen nog een kasseistraat. De molen draaide intussen lustig verder met volle zeilen. Op de trap stond molenaar Castel die zo weinig mogelijk van het gebeuren wilde missen. Diezelfde dag bracht de koning ook een bezoek aan de Scherpenbergmolen in Loker, aan de voet waarvan hij de beschietingen op vijandelijke stellingen gadesloeg.

Het spreekt voor zich dat Reningelst een geliefd doelwit was van de Duitsers, door de aanwezigheid van al deze legerkampen. In de omgeving van de molen was het dikwijls raak. In het dagboek van pastoor Achiel Van Walleghem wordt de molen dan ook regelmatig aangehaald:
- 21.07.1917: "Om 2 ure namiddag 5 groote obusen aen den kasteelmolen van Renghelst"
- 05.09.1917: "Verscheidene bommen vallen aan den kasteelmolen"
- 15.10.1918: "Rond den noen komt een duitsche vlieger boven Reninghelst en werpt 2 bommen bij den kasteelmolen. Een 12-jarige jongen, Crombez van name, vluchteling van Rousselaere die van de school kwam, wierd getroffen en op den slag gedood; een soldaat, die nevens hem was wierd gekwetst".
- 25.10.1918: "'t Is nog maar avond en reeds zijn de luchtmoordenaars op gang, en binst het eerste deel van den nacht komen zij wel 10 maal boven, en telkens voor geruimen tijd. Wij hooren bommen vallen ten allen kante. Langs den gravier voor den Kasteelmolen valt er eene bom voor eene burgerstente (...). Het kotjen wordt in stoofhout geslegen, een engelsch soldaat wordt gedood, en een jongen en een meisje gekwetst."
- 15.04.1918: "Bi onze terugkomst zagen wij vele obusen ontploffen rond de kasteelmolen en de Zevecote".

Bij de molen werd soldaat Frederick Loader, 1/22 Bn The London Regt., op 19 augustus 1917 om 4.40 in de ochtend geëxecuteerd. Loader was een paria in zijn bataljon, hij werd gepest en was doodsbang. De executie werd bijgewoond door een paar schooljongens uit Reningelst die later vertelden dat de ter dood veroordeelde tegen de hoge kant van de weg werd gezet, zodat de kogels die hem eventueel misten niemand anders zouden kunnen verwonden.

Eigenlijk mag het een wonder heten dat de Kasteelmolen zonder noemenswaardige schade al die bombardementen overleefde. Helaas, in april 1918, tijdens het Duitse offensief, werd de Kasteelmolen door de Engelsen in brand gestoken om strategische rdenen. Het was de zoveelste molen die vernield werd.

De staakmolen werd niet meer herbouwd.  Het overblijfsel van de molenberg is heden nog duidelijk te herkennen nabij de hoeve van Luc Deconinck aan de Lokerseweg.

Vlak nabij de molen, op de hoogte waar de Lokerseweg, de Diepestraat en de Zoetendalestraat samenkomen, was tijdelijk een Franse begraafplaats ingericht. We zien hem aangeduid op de Kaart Cimetières Militaires van ca. 1920 onder de naam "Reninghelst Kasteelmolen".

John VERPAALEN & Lieven DENEWET

Bijlagen

Uit het dagboek van Pieter Ludovicus Cuvelier, koster en schoolmeester te Reningelst:
"Schroomelik wynd-tempeest. Den 9 9bre is alhier op Reninghelst gebeurt het alderschrikkelickste wynd-tempeest, dat geen menschen gedagtenis hebben zulks gehoort en gezien te hebben, die gedeurt heeft van 's morgens ten 11 1/2 tot den dry uren; molens, huyzen, scheuren en boomen zyn weg gevlogen al of het stroyen geweest hadden. Den Casteel-molen, die maer weynigen tyd te vooren verkogt was aen M. Kot, en nauwelijks in pagte aen Pieter Van Dromme, is ommegevlogen, de steenen, staeke en asse zyn in den val gheel gebleven. Het huys en de scheure van Jan Costenobel in het gebeurte, zyn bykans gheel weggevlogen."

Uit: Piet Chielens & Julian Putkowski, "Rusteloze graven-Unquiet Graves, gid", In Flanders Fields Museum, Ieper.
Een van de grootste kampen was 'Ontario Group of Camps', die zich uitstrekte op de flanken van de Kasteelmolenhelling. Tijdens het Duitse Lenteoffensief van april 1918 werd de molen op de top vernietigd. Bijna twee jaar eerder, in augustus 1916, schouwde de Britse koning George V hier de troepen. Op exact dezelfde plek waar de Canadese stafofficieren hun vorst opwachtten, werd soldaat Frederick Loader, 1/22 Bn The London Regt., op 19 augustus 1917 om 4.40 in de ochtend geëxecuteerd. Loader was een paria in zijn bataljon, hij werd gepest en was doodsbang. De executie werd bijgewoond door een paar schooljongens uit Reningelst die later vertelden dat de ter dood veroordeelde tegen de hoge kant van de weg werd gezet, zodat de kogels die hem eventueel misten niemand anders zouden kunnen verwonden.

"De Carmagmolen te Reningelst", Biekorf, 1937, nr. 10, p. 249-251.

Literatuur

Archieven
Algemeen Rijksarchief Brussel, Rolrekening nr. 170 (1377)

Uitgegeven bronnen
Gazette van Thielt, 11.11.1865 (over dodelijk ongeval)
Standaerd van Vlaenderen, 09.11.1865 (over dodelijk ongeval)

Kaarten
Fricxkaart (1712) (niet aangeduid)
Ferrariskaart (ca. 1775)
Topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850)
Kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1855).

Werken
Delestrez W., Reningelst door de eeuwen heen, Reningelst, 1970.
P.L. Cuvelier, Memoriael van Reninghelst. Zuid-Westvlaamse tijdskroniek uit de Oostenrijkse en Franse tijd (1761-1814). Heruitgave door dr. Jos De Smet (Assebroek, 1970).
Decoussemaker E., II, p. 119-120 (over molenaar Jan Knockaert)
Vandenberghe Henri, "Nieuwgezinden: einde XVId eeuw in Poperinge", Poperinge, Vrienden van het Poperings Archief vzw, p. 102 (over molenaar Jan Knnockaert)
Ons Heem, XV, 1961.
A. Theuninck, "Staakmolens met een ijzeren standaard in Vlaanderen (1904-heden)", Molenecho's, XVIII, 1990, 1.
Geallieerde legerkaarten 1914-1918.
J. Aston & L. Duggan, "The history of the 12th (Bermondsey) Battalion East Surrey Regiment", Finsbury, 1936.
Houwen H., Reningelst, Aan de Schreve, IX, 1979, 4, p. 1-16.
Holemans Herman, Westvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 7. Gemeenten P-R, Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 2001.
John Verpaalen, Molens van het Hoppeland, Koksijde, 1997.
J. Cailliau, "Molenbestand en bevolking in de 'Acht Parochies' van de Kasselrij Veurne in 1697", in: Molenecho's, XI, 1983, nr. 5.
J. Beun, "De nalatenschap van Pieter Ludovicus Cuvelier, koster en schoolmeester in Reningelst", Aan de Schreven, XI, 1981, 1
Guido Vandermarliere, "Den 9de november 1800 - De groten tempeest", in: Doos Gazette, nr. 66, januari 2008, p. 1438-1440.

Meldingen
Mededeling door Joël Decat, Poperinge, aan John Verpaalen, 1992.
Mailbericht Gilbert Deraedt, Leidschendam, 01.08.2016 (over molenaar Jan Knockaert in 1566)
Mailbericht Glen Boeyaert, 10.04.2017.

Overige foto's

<p>Kasteelmolen<br>Molen Castel</p>

De Britse koning George V bij Canadese stafofficieren, aug. 1916. Foto coll. G. Deraedt, ?Reningelst, Leidschendam.

<p>Kasteelmolen<br>Molen Castel</p>

De Britse koning George V, aug. 1916. Foto coll. Gilbert Deraedt, geboren in Reningelst, wonend in Leidschendam

<p>Kasteelmolen<br>Molen Castel</p>

De Kasteelmolen op de Ferrariskaart van ca. 1775.

Stuur uw teksten over deze molen  | 
Stuur uw foto's van deze molen
  
Laatst bijgewerkt: donderdag 14 mei 2020

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens