Molenzorg

Grimbergen, Vlaams-Brabant


Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Tangemolen

Ligging
Oude Schapenbaan
1850 Grimbergen

bij het Hellegat
op de Tangebeek


toon op kaart
Type
Onderslag watermolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
tussen 1172 en 1208
Verdwenen
na 1264
Beschrijving / geschiedenis

Een van de oudste Grimbergse plaatsnamen is 'De Tangen', gelegen vlak bij het Hellegat aan de gelijknamige Tangebeek. Op die plaats maakt de beek een sprong, vermoedelijk een restant van een voormalige molen. We mogen deze molen niet verwarren met een andere watermolen, eveneens op de Tange maar in de Borgt. De buurtnamen Groot en Klein Molenveld herinneren aan zijn bestaan.

Paus Eugenius 11 gaf op 9 mei 1147 bevestiging aan de eerste Nor­bertijnerkloosterlingen van Grimbergen van al de goederen, hun ge­schonken bij de stichting van de abdij en later. Bij diverse schenkingen vanwege o.a. Godfried III en zijn moeder, hertogin Lutgardis, kwam de abdij in 1153 in het bezit van een grond aan de Strombeek, andere naam voor Tangebeek, om er een molen te bouwen. Later schijnt de hertog die schenking vergeten te zijn want er rees een geschil dat pas in 1172 werd bijgelegd.

De twist, ontstaan rond de plaats van de molen, belette de bouw. Van 1172 tot 1208 wordt  van de Tangebeek of -molen geen melding  ge­maakt. In die tijdsspanne werd de molen waarschijnlijk toch gebouwd. Dat kunnen we afleiden uit een brief van hertog Hendrik I, geschre­ven in 1208. Daarin meldt hij dat hij aan de kerk van Grimber­gen een bunder land heeft geschonken, grenzend aan de molen ter Tange (conterminum molendino de Tangen), tot schadeloosstelling voor de molen van Diegem. In het 'privilegium magnum' of de grote goedkeuring van paus Innocentius VI, gegeven te Lyon op 25 okto­ber 1246 worden alle bezittingen van de abdij opgesomd, waaron­der «de vijver en de molen die ge bezit op de plaats, de Tange genaamd». Het oorspronkelijke stuk berust in het abdijarchief.

'Tange' komt als plaatsnaam veel voor en betekent volgens Jan Lin­demans: «een hoger gelegen  stuk grond, oprijzend uit een moeras, de vooruitspringende tip omkneld door een beek of drassige grond, als in een tang». De Flou vermeldt een Tanghe te Brugge en te Male, een Tangebos te Oekene, een Tangedries, Tangemeerschelken en een Tangeveld te Geluwe. Ook de Westvlaamse familienamen Tanghe, Vertangen en Van der Tanghen zijn af te leiden van die plaatsnaam. In onze streek was die naam eertijds ook bekend want in het tiendboek van A. Spira ontmoeten we een Aert Tanghe

Daniël J. DELESTRE

Bijlagen

Daniël J. Delestré, Uit het Verleden van Grimbergen, deel II, bewerkte en geannoteerde uitgave door de leden van 'Eigen Schoon', Heemkundige Kring 'Eigen Schoon' en Abdijgemeenschap der Norbertijnen, Grimbergen 1987, p. 68-77.

De Tangemolen

Een van de oudste Grimbergse plaatsnamen is 'De Tangen', gelegen vlak bij het Hellegat aan de gelijknamige Tangebeek. Op die plaats maakt de beek een sprong, vermoedelijk een restant van een voormalige molen. Toch heerst over zijn bestaan heel wat onzekerheid. Geldt  de benaming Tangemolen ook niet voor de onlangs verdwenen molen in Borgt? Alleszins herinneren de buurtnamen Groot en Klein Molenveld aan zijn bestaan. Gelijkaardige naamwijzigingen deden zich ook met de Liermolen voor.

Paus Eugenius 11 gaf op 9 mei 1147 bevestiging aan de eerste Nor­bertijnerkloosterlingen van Grimbergen van al de goederen, hun ge­schonken bij de stichting van de abdij en later. Bij diverse schenkingen vanwege o.a. Godfried III en zijn moeder, hertogin Lutgardis, kwam de abdij in 1153 in het bezit van een grond aan de Strombeek, andere naam voor Tangebeek, om er een molen te bouwen (164). Later schijnt de hertog die schenking vergeten te zijn want er rees een geschil dat pas in 1172 werd bijgelegd (165).

De twist, ontstaan rond de plaats van de molen, belette de bouw. Van 1172 tot 1208 wordt  van de Tangebeek of -molen geen melding  ge­maakt. In die tijdsspanne werd de molen waarschijnlijk toch gebouwd. Dat kunnen we afleiden uit een brief van hertog Hendrik I, geschre­ven in 1208 (166). Daarin meldt hij dat hij aan de kerk van Grimber­gen een bunder land heeft geschonken, grenzend aan de molen ter Tange (conterminum molendino de Tangen), tot schadeloosstelling voor de molen van Diegem. In het 'privilegium magnum' of de grote goedkeuring van paus Innocentius VI, gegeven te Lyon op 25 okto­ber 1246 worden alle bezittingen van de abdij opgesomd, waaron­der «de vijver en de molen die ge bezit op de plaats, de Tange genaamd». Het oorspronkelijke stuk berust in het abdijarchief.

'Tange' komt als plaatsnaam veel voor en betekent volgens Jan Lin­demans: «een hoger gelegen  stuk grond, oprijzend uit een moeras, de vooruitspringende tip omkneld door een beek of drassige grond, als in een tang». De Flou vermeldt een Tanghe te Brugge en te Male, een Tangebos te Oekene, een Tangedries, Tangemeerschelken en een Tangeveld te Geluwe. Ook de Westvlaamse familienamen Tanghe, Vertangen en Van der Tanghen zijn af te leiden van die plaatsnaam (167). In onze streek was die naam eertijds ook bekend want in het tiendboek van A. Spira ontmoeten we een Aert Tanghe (168).

-----------------------

Over het Molenveld, waar de oudste watermolens van Grimbergen stonden

Molenveld is een wijk en een parochie in het zuid-oosten van de Vlaamse gemeente Grimbergen, dichtbij de grens met Vilvoorde. De parochiekerk is toegewijd aan Sint-Cornelius.

Het is een recent gehucht met een eigen parochiekerk. De naam is afgeleid van de toponiemen Klein en Groot Molenveld, respectievelijk ten noorden en zuiden van de Vilvoordsesteenweg. Het Groot Molenveld refereert aan een verdwenen watermolen die omstreeks 1300 gebouwd werd door de abdij van Grimbergen en vermoedelijk ingeplant was aan de kruising van de Oude Schapenbaan en de Tangebeek. De molen op het Klein Molenveld was gelegen aan de voet van de Borgtberg.

Het gebied bleef zo goed als onbebouwd tot het midden van de 20ste eeuw, in de periode 1951-1971 werden de beide molenvelden verkaveld. Er is een structureel onderscheid tussen noord en zuid, gescheiden door de Vilvoordsesteenweg die het gebied van west naar oost doorsnijdt.

Het Groot Molenveld werd volgens een planmatige aanleg getekend door landmeter P. Bouzin-Willème van Strombeek waarbij centraal een kerk en pastorie werden voorzien.

In functie van de daaropvolgende bebouwing werd het gebied op 1 december 1960 erkend als parochie, gevolgd in 1961 door de oprichting van een kerk en pastorie aan de Tangedallaan. De van Melsbroek overgebrachte noodkerk, werd tot op heden behouden (zie Tangedallaan). De nieuw ontworpen pastorie naast de kerk is van de hand van architect G. Van Campenhout (Vilvoorde) en werd in 1970 door architect Buelens verbouwd tot parochiezaal. In 1964 werd door de zusters van de Heilige Jozef van Calasanz van Vorselaar een kleuterschooltje opgericht aan de Vijverstraat, heden niet meer in gebruik. De bebouwing bestaat uit gekoppelde bel-etagewoningen uit het derde kwart van de 20ste eeuw.

Literatuur

J.J. Feyen, "Oude pachthoeven en rustige watermolens te Grimbergen", in "De Toerist", XXXVII, 1958, p. 521-524.
M.A. Duwaerts e.a., De molens in Brabant, Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961;
Daniël J. Delestré, Uit het Verleden van Grimbergen, deel II, bewerkte en geannoteerde uitgave door de leden van 'Eigen Schoon', Heemkundige Kring 'Eigen Schoon' en Abdijgemeenschap der Norbertijnen, Grimbergen 1987, p. 68-77, ill.
Mailbericht Wim van der Elst, Laken, 09.11.2013.

Stuur uw teksten over deze molen  | 
Stuur uw foto's van deze molen
  
Laatst bijgewerkt: zaterdag 3 januari 2015

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens