Molenzorg

Sint-Amands (Puurs-Sint-Amands), Antwerpen


Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Smoutmolen

Ligging
Kouter
2890 Sint-Amands (Puurs-Sint-Amands)

Het Rot


toon op kaart
Type
Binnenrosmolen
Functie
Oliemolen
Gebouwd
voor 1473
Verdwenen
na 1574
Beschrijving / geschiedenis

De Smoutmolen was een rosoliemolen, type binnenrosmolen, op de Kouter of op het Rot

De uitbater van deze "smoutmuelen" moest in 1473 twee stopen olie ter waarde van 8 groten leveren aan de heer van Sint-Amands. Ontvanger Joos Boon maakte in 1473 de rekening op van de heerlijkheden Baasrode en Sint-Amands voor de toenmalige heer van Baasrode, jonker Fransoys van Halewine, zoon van Lodewijk van Halewijn en zijn echtgenote Jeanne van Gistel, dame van Esclebecque en Ledinghin. Jonker Fransoys werd heer van Sint-Amands en Baasrode, nadat zijn vader in dienst trad van de Franse koning.
Dit had in de Bourgondische Nederlanden de verbeurdverklaring van zijn goederen door de hertog
als gevolg. Blijkbaar werden deze goederen overgedragen aan de jonge zoon Fransoys. De ontvanger noteerde onder andere het volgende:

"… Dit es de rekeninghe ende den ontfanc vander heerlicheyt van Sente Amants Basero toehoeren Joncker Fransoys van Halewine bi my Joos Boon ontfanghen over jaer LXXIII.

In den eersten vanden erfceyns ende obstal .XXV. s. gr.
Item over twee stoepe oliën die smout muelen jaerlicx sculdich es den heere van Sente Amans  VIII. gr.
Item de muelen van Sente Amants ghelt XXXI. sacke coerens waer af de mueleneere scheet ane IIII. sacke 1. ½ vat met van dat de muelen stille stont omme dat men daer inne dede een nieuwe camwiel ende een spilleghetouwe .XV.s. V.d. 1/2 gr. 1.d. 1/2
aldus heeft de mueleneere gheappoenteert met Fransoys welke IIII. sacke 1. ½ vat met draghen in ghelde te IIII.s. III.d. elcken sac compt (geschrapt: XV s.) Dus so comt Fransoys vanden halven jare te weten van den XV. sacken enden eenen halve maer XI. sacke ende IIII. ½ vate den sac te IIII.s. III.d. gr. Comt tsamen in ghelde over thalf jaer  .II.lb. VIII.s. IIII. d."

We leren uit deze rekening dat Willem Govaerts pachter was van "den hove te Sente Amans" en tevens de tienden van Sint-Amands inde. Bovendien waren er in 1473 twee molens te Sint-Amands. Vooreerst is er de "smout muelen", een ros- of paardenoliemolen voor het stampen van lijn- en raapzaad. Deze moest twee stopen olie leveren. Vervolgens is er de "muelen van Sente Amants", de houten korenwindmolen die 31 zakken koren diende te leveren. In de windmolen werd in 1473 een nieuw kamwiel en spillengetouw geplaatst. Dat bewijst dat de staakmolen al ruime tijd voordien bestond.

Een eeuw later vormen de XXste penningkohieren van Sint-Amands uit 1571 een rijke bron aan informatie. We krijgen een duidelijk beeld van de 72 hofsteden en landen in Sint-Amands waarop de aanslag van toepassing was.
We noteren bovendien dat Diderick Van Liesvelt stilaan vaste voet aan de grond kreeg. In 1564 werd hij al vermeld als heer van Sint-Ursmaar Baasrode en pachtte hij de heerlijke pachthoeve “hof van Peene” van Karel van Halewijn. Uit de Penningkohieren blijkt dat hij ook de heerlijkheid Sint-Amands pachtte van Karel van Halewijn:
"Diederick van Liesvelde houdt in pachte van mijnheer van Peenis, heer van Sint-Amands, Baesrode de heerlijckheyt der zelfder parochie met ene pachthoeve, groot onder landt, heyden, weyden, slobberie, visscherye omtrent de 64 Bunder, met alle het recht dat de heer van Peenen binnen der zelver parochie es compiterende als chynsen, boeten, keuren, breucken, mortimeubelen ende andersinjs met eenen windtmeulen ende de twee deelen van den thienden binnen der voorseide parochie, tsiaers om de somme van vijf en veertich ponden sesthien schellingen ende acht grooten, compt over den XXe penning van een jaar, de som van 2 pond, 5 schellingen en 10 groten".

Het gaat hier duidelijk om het Reyseghemhof. De beschrijving stemt overeen met het tweede leen van Sint-Amands dat door de heer van Peene in leen werd gehouden van de abt van de Sint-Amandusabdij in Pevele. Als onderleenman oefende Van Liesvelt dus het heerlijke gezag uit te Sint-Amands.

Er bestonden in 1571 nog steeds een korenwindmolen en een olierosmolen (oliemolen of slachmolen) op de Kouter. Volgens de penningkohieren van Baasrode - Sint-Amands in 1571 was de toenmalige eigenaar van Peenis, Heer van Baasrode. Pachter (gebruiker) was Dierick van Lieffelt 45 - 0 - 0 LB. De molen maakte deel uit van de  heerlijkheid van Sint-Amands: "....de heerlijckheyt der zelver prochie met een pachthoeve, groot onder landt, heyden, weyden, slobberie, visscherije omtrent 64 bunder, met alle het recht dat den heere van Peenen binnen der zelver prochie es competerende, als chynsen, boeten, cueren, bruecken, mortimeubelen ende andersins met eenen windtmuelen ende twee deelen vanden thienden binnen der voorseide prochie ...".

In het "register of cohier nopende de taxatie van de twee en zeventig goeden die in pacht of huur worden verbruikt in de parochie van Baasrode-Sint-Amands uit 1572", lezen we:
"eerst heer en meester Dierick van Liesfelt, houdt in pacht van mijn heer van Peenis (Peene) heer van Baasrode-Sint-Amands, de heerlijkheid derzelve prochie, met een pachthoeve groot over land, heiden, weiden, slobberijen en visserijen, omtrent vier en zestig bunder, en de pacht die dezelfde van Peene toekomt, zoals cijnzen, boeten, keuren en breuken, mortmeubelen, en des meer, een windmolen en twee delen van tienden binnen de voorgeschreven parochie, voor de som van vijf en veertig ponden groot, zestien schellingen en acht grooten: komt de 20ste penning van een jaar de som van 2 penningen en 5 schellingen 10 grooten". Dat totaal verschilt enigszins van de hogergenoemde som. Vermoedelijk heeft men de som van de ros- of bookmolen erbij geteld. Ook de naam wordt anders gespeld. 

Eigenaar in 1572 was Dierick van Lieffelt, heer van Lieffelt uit Brussel. In 1612 was van Lieffelt achterstallig in de betaling van de jaarlijkse pacht en werden zijn goederen verbeurd. Het proces tegen de erfgenamen van de heer van Lieffelt was overgedragen aan de Grote Raad van Mechelen. Deze van Lieffelt was in 1572 ook pachter van een korenwindmolen in Baasrode, die zich bevond op de kouter, niet ver van de dorpskern van Baasrode. In 1574 werd deze molen verpacht aan Geeraet Vereecken. Pachter in 1572 was Romeyn de Smet de jonge die 6 ponden per jaar moest betalen. Joos Boon stuurde een deel van het hout uit de gerooide abelen naar Sint-Amands, om er de deuren en vensters aan het huisje van de molen mee te maken.

Marc PEELMAN

Literatuur

Archieven
Rijksarchief Kortrijk, Familiearchief d'Ennetières, nummer 1429 bis (rekening 1473)
Stadsarchief Gent, Kohieren XXste penning, jaar 1571, Sint-Amands, bundel nr. 63/262
Universiteit Gent, microfilm MF 335, doos nr. 128 (penningkohieren Sint-Amands)

Werken
Marc Peelman, "De molens te Sint-Amands", in: "Klein-Brabants Molenboek". Jaarboek van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant vzw, 44e jg., 2009, p. 221-232.
Gedenkschriften van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, Jaarboek 2006, blz 107, 109, 134 e.v.
A.J. Hallez, Bijdragen tot de Geschiedenis van Sint-Amands-op-Schelde, Sint-Amands, 1937.
Y. Hertsens, Geschiedenis van Sint-Amands,St.-Amands, 1987.
Stanny Van Grasdorff, "De 20ste cohierpenning te Sint-Amands in 1570/1571", uitgave in eigen beheer.

Stuur uw teksten over deze molen  | 
Stuur uw foto's van deze molen
  
Laatst bijgewerkt: zondag 6 oktober 2019

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens