Molenzorg

Brielen (Ieper), West-Vlaanderen


Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Rosoliemolen van Jean Boucquaert

Ligging
Veurnseweg
8900 Brielen (Ieper)

ten N v.d. Ieperse vestingen


toon op kaart
Type
Binnenrosmolen
Functie
Oliemolen
Gebouwd
1771
Beschrijving / geschiedenis

Jean Boucquaert, handelaar en fabrikant van zeep in de stad Ieper, verkreeg op 8 januari 1771 van de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia een octrooi om op een stuk grond in Brielen een oliemolen op te richten, aangedreven door paarden (type binnenrosmolen). De molen werd gebouwd aan de Veurnseweg, ten noorden van de Ieperse vestingen. 

In het kader van de problemen die Guillaume Vanderghinste in Ieper in 1752 had om een octrooi te verkrijgen in de binnenstad, verkoos Boucquaert allicht zijn molen net buiten de stadsmuren te bouwen. Hij onderving toch problemen met de aanvraag voor de oprichting, niet vanuit het openbaar onderzoek, maar door de nieuwe wetgeving die in voege kwam na de goedkeuring van zijn aanvraag. Hij had, conform de vigerende wetgeving, een octrooi bekomen van de "Conseil des Finances" op 8 januari 1771 en de werken onmiddellijk aangevat. Hij diende die evenwel kort daarna te staken omdat de Raad van Vlaanderen op 6 maart 1771 een plakkaat publiceerde waarbij de vorst, keizerin Maria Theresia, had bepaald dat er binnen de 300 voet van versterkingen, geen gebouwen mochten opgetrokken worden. Nu bleek het gebouw van Jean Boucquaert op zo'n 75 voet te staan van de Ieperse vesting. Hij diende een verzoekschrift in om de bouw toch verder te mogen zetten. Dat verzoek werd ingewilligd. Op basis van een plan gemaakt door De Vaux bleek dat dat deel van de "voorvesten" in onbruik was geraakt en hij van de eigenlijke vestingen meer dan 300 voet vewijderd was. Toch werd er in dat akkoord, dat verleend werd op 3 juni 1771, duidelijk gestipuleerd dat hij geen kelders noch andere ondergrondse werken mocht aanvatten.

Jean Boucquaert  was voor zijn koren- en oliewindmolen een jaarlijkse cijns van 1/2 hoet tarwe verschuldigd. Het eerste jaar betaalde men het dubbele als een vorm van startgeld, een extra belasting die ook geheven werd bij iedere overdracht van de molen. De taxatie die in natura aangegeven werd, werd wel omgezet in geld.

Kristof PAPIN

Zie ook: Ieper, Rosoliemolen van François Beke

Literatuur

Algemeen Rijksarchief Brussel, Raad van Financiën, nr. 1891, dossier Jean Boucquaert (1772).
Kristof Papin, "De oprichting van molens in de stad en kasselrij Ieper in de 18de eeuw: schipperen tussen private en publieke belangen", Westhoek (Tijdschrift voor geschiedenis en familiekunde in de Vlaamse & Franse Westhoek),  jg. 31, 2015, nr. 1, p. 229-240 (234, 235-236, 237).

Stuur uw teksten over deze molen  | 
Stuur uw foto's van deze molen
  
Laatst bijgewerkt: dinsdag 28 juli 2015

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens