|
Beschrijving
/ geschiedenis
De benaming Klepmolen verwijst naar de (vroegere) wijknaam De Klep(pe).
In 1791 diende Jan de Waeghemaeker, molenaar te Anzegem, een aanvraag in voor de oprichting van een nieuwe graan- en oliewindmolen te Balegem op het "Ackelveld" onder de heerlijkheid van Bottele, nabij een oude vervallen molensite, ten zuiden palend aan de grote weg naar het kasteel van Bottele en ten westen aan de zgn. "Oude Verval Molendam" ("dont les vestiges se representent encore sous les clauses"...). Tegen die aanvraag werd bezwaar aangetekend door de lokale heer, Charles Ignace Juste de la Tour Tassis, baron van Herdersem, heer van Balegem, markies van Rodes, etc. Hij bleek daarover trouwens het advies te hebben gevraagd van burgemeester en schepenen van Balegem en die waren van oordeel dat de bestaande twee molens in Balegem "meer dan souffisant [waren] om geheel alle d'insetenen te dienen". Die twee bestaande molens waren: a. een windmolen, Den Schyvinck genaamd, "competerende den heer van Balegem", en b. een graanwatermolen. Er wordt bovendien nog gewezen op het bestaan van voldoende molens in de aanpalende dorpen, nl. in Scheldewindeke, Oombergen (twee graanmolens), Elene (twee graanmolens), Velzeke (twee graanmolens) en Sint-Lievens-Houtem (één graanmolen). Ondanks de ingediende bezwaren werd aan Jan de Waeghemaeker op 31 oktober 1792 toch het gevraagde octrooi toegestaan. Eén van de octrooivoorwaarden was immers dat de molen binnen het jaar moest worden opgericht, zoniet verviel de verleende toelating. Een andere voorwaarde was dat jaarlijks een vergoeding ("reconnaissance") zou betaald worden van twee hoed graan, betaalbaar in courant geld.
Jan de Waeghemaeker werd te Balegem geboren in 1752 als zoon van Pierre de Waeghemaeker en van Josine Van Thiemsche. Jan huwde te Balegem met Livine De Cock en overleed er op 14 maart 1819. In 1822 was Joseph van den Hende, afkomstig uit Anzegem, de eigenaar-molenaar. Na zijn overlijden verkocht zijn weduwe de molen in 1842 aan Lieven Leurs uit Rozebeke. Landbouwer Charles Louis Joseph uit Herzele kocht de molen in 1856. Het geld hiervoor leende hij van Theodore Vander Donckt, burgemeester van Kruishoutem en tevens lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Zeven jaar later (1863) stond de molen andermaal te koop. Jacobs kon zijn schulden blijkbaar niet betalen en notaris Braet ging te Melle over tot de gedwongen verkoop. Charles Louis Meirleire, landbouwer te Balegem, kocht de molen in 1863 voor 3450 frank. Samen met zijn twee zonen Denis en Pieter Joannes leende Charles Louis het nodige geld bij Charles Leirs. Na de dood van vader verwierf Denis de molen in 1888 in volle eigendom. Een jaar nadien brandde de molen nagenoeg volledig af door kwaadwillig opzet. De afgebrande molen was een staakmolen. In de huidige stenen molen zijn 3 van de 4 teerlingen nog zichtbaar.
In 1889 liet Denis De Meirleire de huidige stenen bergmolen bouwen. Hij liet in 1913 in de nabijgelegen schuur een stoommolen plaatsen. Zijn zoon Achiel was tot in 1920 op deze "viermolen" werkzaam. Tijdens de eerste wereldoorlog werd hiervan dankbaar gebruik gemaakt. In maart 1915 werd de windmolen door het noodweer getroffen. Het relaas hierover lezen wij in het dagboek van onderpastoor Anciau. We citeren: "1 maart 1915, om 3 uur juist een ongeweerte komende uit het westen naar het oosten, bliksem en donder, regen en sneeuwbuien. Het was zo donker dat men malkander in de kerk niet meer zag. De Klepmolen van Denir Meirleire op Bierman verdondert... De bovenas waar de zeilen op draaien, dit dik eiken stuk gebroken, zoo langs de zeile af naar den anker die in de grond stak uitgetrokken". Denis De Meirleire overleed te Balegem in 1918 en zijn vrouw in 1923. Hun dochter Emerie huwde Hector de Bremme en erfde de molen in volle eigendom. Zoon Achiel de Bremme huwde Louise Marie De Bruyker en erfde ten westen van de molen een perceeltje grond waarop hij in 1922 een woning en maalderij liet optrekken. Dit had voor gevolg dat het windgemaal sterk gestoord werd! De molenaar kon op te weinig winddagen rekenen en mede een breuk aan het vangwiel waren de oorzaak dat Hector de Bremme de werkzaamheden op de windmolen in 1959 staakte.
Bij koninklijk besluit van 27 september 1979 werd de molen een beschermd monument. De gemeenteraad van Oosterzele nam reeds in zitting van 23 maart 1979 de princiepsbeslissing de molen aan te kopen. Op 24 april 1980 keurde de gemeenteraad de aankoop van de molen goed. Op 18 juni van hetzelfde jaar volgde de princiepsbeslissing om tot de restauratie over te gaan. OPp 25 juni 1980 werd architect Renaat Callebout uit Gent door het schepencollege aangezocht een restauratiedossier samen te stellen. De werken werden geraamd op 4.476.259 frank en zouden betoelaagd worden door de staat en de provincie. De restauratiewerken werden aanbesteed op 5 november 1982 en bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen toegewezen op 12 januari 1983 aan de firma Cottenier p.v.b.a. uit Aalbeke (Kortrijk). Het beval van aanvang der werken werd gegeven op 1 september 1983 en de voorlopige oplevering had plaats op 14 oktober 1985. De molen werd zowel binnen als buiten grondig aangepakt. Zo werden de kap, het kruiwerk en de zolders nagenoeg vernieuwd en kwam er een nieuw gelast gevlucht van 23 meter. Het metselwerk werd hersteld. Gedurende twee jaar werden deze werken uitgevoerd onder leiding van werkleider Bernard Decraene en met medewerking van Luc Ameye, Rik Deltour en Hendrik Vanthournhout. Op zondag 20 oktober 1985 werd de molen onder grote belangstelling officieel in gebruik genomen. De gemeente Oosterzele stelde Willy Van Nevel als vrijwillige molenaar aan.
De molen heeft een typisch Oost-Vlaamse kap die op een paternosterring van 48 ijzeren en olmen rollen kruit. Er zijn drie natuursteenkoppels en een haverpletter. Jarenlange stilstand als gevolg van technische problemen heeft al duidelijk zijn tol geëist.
In het najaar 2010 worden onderhoudswerken uitgevoerd. Schrijnwerkerij Verschuere uit Zwalm kreeg de molentechnische werken toegewezen en voor de bouwwerken lopen de offertes.
Paul Bauters, Lucien De Smet, Paul Huys & Lieven Denewet

Foto: Damien De Leeuw, Herzele

Foto: Thomas Piens, Zingem

Foto: Willy Van Nevel
Bijlagen
Jaarlijks aantal asomwentelingen 1997: 24053 1998: 23428 1999: 4401 2000: 403 2001: 841 2002: 6867 2003: 0 2004: 3761 2005: 1282 2006: 0 2007: 0 2008: 0 2009: 0
"Restauratie Klepmolen gaat starten", regiozottegem.be, 01.02.2010.
Tijdens de gemeenteraad maakte SVVO-gemeenteraadslid Filip Michiels zich zorgen over de restauratie en renovatie van de Oosterzeelse molens. Volgens schepen van Cultuur Paul Cottenie wil de gemeente het restauratie dossier van de Guillotinemolen in Balegem zo snel mogelijk terug op de rails zetten. Het dossier liep al verschillende keren om administratieve redenen vast. Voor het restauratiedossier van de Klepmolen in de Bottelweg in Balegem kondigt de schepen de start van de werken aan na het komende bouwverlof. De gemeente wil in maart de aannemer aanduiden. Voor de Vissersmolen, ook de Windekemolen genoemd, op de grens met Scheldewindeke heeft het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen geld voorzien in haar begroting voor de aanstelling van een ontwerper voor de opmaak van het restauratiedossier. Vorig jaar werd een beschermcomité Monumenten en Landschappen in het leven geroepen. Dit comité moet het onroerend erfgoed in groot-Oosterzele inventariseren, behouden, beheren en ontsluiten. De erkende monumenten zouden in een autonoom gemeentebedrijf opgenomen worden.
DV, "Bescherming traag maar zeker - Drie molens in Oosterzele worden gerestaureerd", in: De Streekkrant, 10.02.2010. OOSTERZELE - De oppositie van Oosterzele maakt zich zorgen over de restauratie van de drie windmolens op het grondgebied van de gemeente. "Reeds vorig jaar hebben we een Beschermcomité voor Monumenten en Landschappen opgericht in de gemeente en moeten dergelijke restauratiedossiers sneller vooruit gaan", aldus schepen van Cultuur Paul Cottenie. Oosterzele heeft drie oude molens. De Guillotinemolen aan de Molenstraat in Balegem, de Klepmolen aan de Bottelweg en de Vissersmolen in Scheldewindeke, eigendom van de Provincie. Voor alle drie is een restauratiedossier lopende. "Voor de Guillotinemolen loopt de procedure reeds sinds 1995 maar we wachten op een definitieve uitspraak in een zaak tussen de aannemer en de overheid", aldus Cottenie. Aan de Klepmolen gaat het werk langzaam maar zeker vooruit. "Schrijnwerkerij Verschuere uit Zwalm kreeg de molentechnische werken toegewezen en voor de bouwwerken lopen de offertes. Na het bouwverlof deze zomer moeten de werken kunnen van start gaan", weet Paul Cottenie. De molen van de Vissersmolen daarentegen staat nog steeds naast zijn sokkel en wacht op een definitieve restauratie. "De houten staakmolen in Windeke is een ander verhaal. Daar bleek de restauratie niet helemaal geslaagd. Er is nu een nieuw dossier door de Provincie opgemaakt en in het budget van 2010 staat 30.000 euro ingeschreven", besluit Cottenie.
Literatuur
Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985; Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); "Oosterzele gaat Klepmolen restaureren", in: Molenecho's, XI, 1983, p. 261; (L. Smet), "Balegem, Klepmolen", in: Molenecho's, IV, 1976, p. 61; J. Verpaalen, "De Klepmolen te Balegem", in: De Belgische Molenaar, LXXVII, 1982, nr. 3, p. 62-63; J. Verpaalen, "Balegem: molendorp met weinig allure", in: De Belgische Molenaar, LXXVII, 1982, nr. 2, p. 38-40; "Balegem: het Vlaams molendorp?", in: Molenecho's, XI, 1983, p. 15; V.G., "Wordt Balegem een uitverkoren molendorp? in: De Belgische Molenaar, LXX, 1975, p. 354; "De driemolenwandeling Balegem", in: Bouwkundig Erfgoed in Vlaanderen, 1977, nr. 26, p. 19-23; "Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Tweede aflevering. De arrondissementen Eeklo en Gent", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XV, 1961, 2 (Gent, 1962); Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 1. Gemeenten A-B", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1996; J. D(ruyts), "15 september. Oostvlaamse Molendag", in: Levende Molens, jg. 7 (1985), nr. 11, p. 81-84, ill; Jan Bauwens, "Zuid Oostvlaams molennieuws [Klepmolen van Balegem, De Guillotine te Balegem, Windekemolen te Balegem, Opbrakel, Nederbrakel, Nederzwalm, Velzeke]", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 3, p. 20 en 24; John Verpaalen, "Balegem: molendorp met weinig allure", in: De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 2 (februari), p. 38-40, ill. Lucien De Smet: "De stenen korenwindmolen te Balegem (Oosterzele)", in: "Land van Rode", driemaandelijks tijdschrift van het Heemkundig Genootschap Land van Rode, (1) Jaarboek 9, p. 53 en (2) Jaarboek 10, p. 40, ill. "Restauratie Klepmolen gaat starten", regiozottegem.be, 01.02.2010. DV, "Bescherming traag maar zeker - Drie molens in Oosterzele worden gerestaureerd", in: De Streekkrant, 10.02.2010.
|