Molenzorg
navigatie Kortemark, West-Vlaanderen
Foto van Koutermolen, Kortemark, Foto: Eric Plovyt, Ursel, 14.05.2014 | Database Belgische molens © Foto: Eric Plovyt, Ursel, 14.05.2014

Koutermolen
Koutermolenstraat 5A
8610 Kortemark
1,2 km NW v.d. kerk
kadasterperceel A475
Gemeente Kortemark
voor 1410 / 1875 (op torenkot)
Staakmolen op torenkot
Korenmolen
Vroeger ook oliemolen
Geklinknagelde roeden, fokwieken
Twee steenkoppels, haverpletter, overbrenging naar mechanische maalderij
Herstel nodig
M: monument,
14.04.1944
Geen
Niet toegankelijk

Beschrijving / geschiedenis

De Koutermolen is een staakmolen op torenkot aan de noordzijde van de Koutermolensntraat (nr. 7), op 1,2 kilometer ten norodwesten van de kerk van Kortemark.
De molen is gelegen op een kouter, een interfluviale rug tussen de Krekelbeek en de Waterhoenbeek. Vermits de Koutermolen de eerste en oudst benoemde banmolen is van het Ambacht Kortemark, is men geneigd zijn ontstaan te koppelen aan het molenrecht dat door graaf Gwijde van Dampierre in 1281 of kort daarna werd afgestaan aan Colard van Bavidam.
Deze hypothese wordt ondersteund door een schepenakte van 27 september 1295 in het zogenaamde 'dossier Weale' van de Engels-Brugse kunstkenner William H.J. Weale (1832-1917) die erop wijst dat de familie Bavidam gronden bezat op de "Coutere" in de onmiddellijke omgeving van de huidige Koutermolen. Deze akte maakt echter geen melding van een molen, net zomin als een charter van 20 april 1364 waarin de eigendommen van de familie worden vermeld.

De naam "Koutermolen" duikt voor het eerst in 1438 op: "noordoost vander Coutermeulen in een jeghenoote dat men heet ter Noortbeke".

Later vinden we de Koutermolen vermeld op de Grote Kaart van het Brugse Vrije van Pieter Pourbus  (1561-1571), gekopieerd door Pieter Claeissens (1601), weergave als houten staakmolen met naastliggende woning, de naamgeving "Coutre meulen" op de kaart wijst op het belang van de molen.

In 1667 en 1680 zijn er eveneens meldingen van de "Coutermeulen" in de ommeloper van Kortemark, evenals in de leenheerlijke rechten en inkomsten van Wijnendale in 1701.

Uit pachtakten uit het begin van de 18de eeuw blijkt dat de productie niet zo groot was gezien op korte afstand nog drie andere molens actief waren: de "Markhovemolen", de "Ellemolen" en de "Huilaertmolen". Aanduiding van de staakmolen met achterliggend erf met twee parallelle gebouwen op de Ferrarriskaart (1770-1778). Op het klauwijzer van het voorwiel staat vandaag nog de inscriptie: "I. CLARYSSE" en "1789".

Na de Franse revolutie werden de bewoners zelf eigenaar van de Koutermolen. Door de afschaffing van de heerlijke rechten en het aanslaan van de goederen eind 18de eeuw werd de Koutermolen verkocht aan een zekere Alexander Delbeke. In het "rekwest" van 1818 (een vragenlijst van de gouverneur van West-Vlaanderen, ingevuld door het gemeentebestuur van Kortemark) werd gesteld dat "als de wind gaat liggen, hij (de Koutermolen) dan door paarden wordt bewogen" wat duidt op de aanwezigheid van een rosmolen.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaaar: Dewulf Pieter, de weduwe, molenarin te Kortemark
- ca. 1850, mutatie: Deneweth Felix, molenaar te Kortemark (verhuisde in 1856 naar de USA)
- 29.05.1856, verkoop: Messeyne-Vogels Clement, de weduwe, molenarin te Kortemark (notaris Dieryckx - oliewindmolen)
- 23.07.1876, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Vogels van Clement Messeyne)
- 06.08.1919, verkoop: Verlinde-Vandenberghe Henri, de weduwe, molenarin te Kortemark (notaris Dewulf)
- 18.10.1924, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Vandenberghe van Henri Verlinde)
- 29.01.1926, afstand: Verlinde Charles Louis Remi (°Gits 27.06.1888, +Torhout 11.02.1967, gehuwd met Alice Verhoest, molenaar te Kortemark (notaris Tommelein)
- 21.12.1954, deling: Verlinde Georgette Josephe Prudence, landbouwster te Kortemark (notaris Tommelein)
- 1956, huwelijk: Vandenberghe-Verlinde Gabriël Joris, molenaar te Kortemark
- 2017, verkoop: gemeente Kortemark.

De molen is aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844) als staakmolen met achtergelegen erf met L-vormige opstelling. Rond het midden van de 19de eeuw zijn er veel eigenaarswissels, dit wordt in verband gebracht met de zware crisisjaren (mislukte aardappel- en graanteelten, werkloosheid en hongersnood, typhus en cholera) in de periode 1845-1850. Rond 1850 vestigde molenaarszoon Felix Deneweth-Dewulf zich als molenaar van de Koutermolen (ingegrifte naam "DENEWETH" in een balk), maar in 1854 vertrok het gezin naar Amerika. 

In 1875 worden de vier teerlingen van de toenmalige staakmolen met open voet vervangen door een torenkot, gemetseld door molenmaker Catrysse uit Koekelare. Hierin wordt de olieslagerij ondergebracht. In dat jaar werd ook een magazijn voor de olieslagerij en de schuur achter het woonhuis gebouwd. In deze periode werd de molenwal opengewerkt met een gewelfde tunnel. In 1905 werd de "Koutermolen" verpacht aan het gezin Verlinde, voorheen pachters van de "Bescheewegemolen".

Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtte de Duitse bezetter in de molen een telefooncentrale in. Op de hoeve logeerden Duitse soldaten. Tot 1917 maalde de molen haver voor de Duitse bezetter (voer voor de paarden). Bij hun terugkeer na de oorlog trof de familie Verlinde de molen weliswaar "deerlijk doorschoten" maar nog rechtopstaand aan. De Duitsers hadden alle houtwerk van het 'stampkot' gesloopt voor brandhout.
De grote ouderdom van de molen blijkt ook uit de ligging van de staak ver uit het midden. Dat dateert uit de tijd dat de molen nog slechts van één steenkoppel voorzien was. In de 17e of 18e eeuw kwam er een tweede koppel bij.

Voor 1818 was er al een rosmolen bijgekomen om ook op windstille dagen te kunnen malen. Tot in 1870-'75 was de molen een staakmolen op teerlingen. Dan werden deze teerlingen vervangen door een gemetseld torenkot (stenen onderbouw), om er een olieslagerij of stampkot in onder te brengen. Dat werk werd uitgevoerd de molenmakers Catrysse uit Koekelare.

In de eerste wereldoorlog werd de molen erg beschoten. Hij moest dan ook na de oorlog gestut worden. De "Koutermolen" overleefde als enige van de talrijke molens van Kortemark de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd het woonhuis, de molen, het erf en de gebouwen verkocht aan de weduwe van molenaar Verlinde. Met de schadevergoeding voor oorlogsschade (ca. 1921) voor het stampkot werd in het vroegere magazijn van de olieslagerij een mechanische maalderij ingericht. Dit moest de molenaar in staat stellen om bij windstilte toch verder te malen. De aandrijving gebeurde door middel van een National-benzinemotor, geleverd door het bekende constructieatelier Doom-Mahieu (Ieper). De molen was in de jaren 1920 opnieuw in werking. In de jaren 1920 worden de houten pestelroeden vervangen door stalen roeden van de firma Verhaeghe (Ruddervoorde, Oostkamp).
Op 14 april 1944 werd de "Koutermolen" beschermd als monument. In 1956 werd naast de molen een mechanische maalderij gebouwd en werd de windmolen stilgelegd. De maalderij kon echter via overbrenging met een stang wel met de wind aangedreven worden.

De laatste grote restauratie werd uitgevoerd in 1963-1967 door de molenbouwers Peel uit Gistel, op initiatief van eigenaar-molenaar Gabriël Vandenberghe (Gits 1929 - Kortemark 2018).  De taak werd uitgevoerd door de gebroeders Herman en Guido Peel uit Gistel. Het buitenhoutwerk werd bijna geheel vernieuwd, want alle hout wat slecht. De kap werd volledig nieuw gebouwd. Het is een echte torrekotmolen, met dubbele kruisplaten en doorboorde staak.  Bij dit type dragen alle schoren op de zetel.  Van al deze molens zakte na zekere tijd, wanneer de zwaluwstaarten versleten, de staak door de zetel. Hier echter niet, waaruit moet besloten worden dat hier ook de schoren in de staak verwerkt werden. Omdat de molen nu een 5000 kg meer zal dragen, werden vier bijkomende schoren tussen de andere gevoegd: van boven dragend in gaten die reeds in de staak waren van vroeger (wat bewijst dat dit vroeger een teerlingmolen was), en van onder met bouten vast op dwarsblokken tussen de kruiplaten. In dit torrekot, vroeger stampkot, werd nu een tussenzolder gelegd.

De molen zou weer in bedrijf genomen worden en men dacht er zelfs aan de windkracht te gebruiken in de daarnaastliggende maalderij.  Het vangwiel dat er werd ingestoken kwam van Tessenderlo, het voorwiel uit Nederland (stellingmolen van Numansdorp; verkocht door molenmaker Dirkse uit Mijnsheerenland). De kap en de beplanking van de molenkast werden vernieuwd. De huidige asbestcementleien van de windweeg en de kap dateren uit deze periode. Er werden fokwieken aangebracht, voorzien van zelfregelende kleppen.De spil doorheen de doorboorde staak kon vanuit het torenkot de mechanische maalderij in het naastgelegen maalderijgebouw aandrijven. Niettemin werd nog weinig met de wind gemalen, maar vooral met de motor.

In de jaren 1970 werd de maalderij uitgebreid met een elektrische installatie voor mengvoeders. Van de windmolen werd in de jaren 1980 een restauratiebestek opgemaakt door ir.-arch. Walter Snauwaert uit Oostende (°Ingelmunster 1928 - +Oostende 2011), maar het kwam niet tot uitvoering. De molen geraakte geleidelijk in verval, alhoewel de molenkast goed bewaard bleef.

Samen met de aanpalende mechanische maalderij met unieke dieselmotor en verschillende maalkoppels, pletters en brekers vormt dit een uniek ambachtelijk archeologisch te bewaren geheel. Het mooie torenkot is bereikbaar met een rondbogige toegang door de molenberg en heeft zelfs een verdieping.
Hoewel het binnenwerk van de molen nog vrij intact is, dringen zich grote - vooral uitwendige - herstellingen op.

De gemeente Kortemark kocht de molen aan in 2017 voor 2500 euro, volgens de voorwaarden en modaliteiten uit de akte opgesteld door de dienst Vastgoedtransacties van de Vlaamse overheid, met de bedoeling hem maalvaardig te herstellen. Eerst zal een beheersplan worden opgemaakt - alhoewel dat in 2018 niet meer verplicht is. De rest van het domein, met de molenaarswoning, werd verkocht aan een particulier.

Lieven DENEWET, Marcel WERBROUCK & Herman HOLEMANS

Bouwkundige beschrijving van de molen en maalderij (Agentschap Onroerend Erfgoed)

Staakmolen op torenkot gelegen op een 'berg'.
Witgeschilderd torenkot van ca. 1875 (rode baksteen, voorheen niet witgeschilderd cf. oude foto), rondbogige deuropeningen (één dichtgemetseld) en vensteropeningen, laatst genoemde met ijzeren roedeverdeling, waaiervormig in het bovengedeelte. Op regelmatige afstand ringen in het metselwerk ingewerkt. Acht kruisplaten met telkens een steekband naar de zetel. De staak is doorboord in 1875 in functie van de olieslagerij. De stenen van de voormalige olieslagerij (kollergang) in het torenkot staan buiten opgesteld voor het voormalige magazijn.
Molenkast met verticale beplanking op voor- en zijwegen (ronde kijkgaten), asbestcementleien op windweeg en mansardekap; windhaantje. Gelaste wieken met een vlucht van 23,80 meter. Tot 1965 half verdekkerd, daarna installatie van fokwieken. De staak ligt ver uit het midden, wat er op wijst dat er oorspronkelijk slechts één steenkoppel voorzien was. Naar verluidt kwam er in de 17de of 18de eeuw een tweede koppel bij. Meelzolder met haverpletter. Steenzolder met twee steenkoppels en liftsysteem voor haverpletter en maalkoppels. Voorwiel (63 kammen) en vangwiel (80 kammen) met een tweede gang (70 kammen). De tweede gang zorgt voor de aandrijving van een ijzeren kamwiel dat bevestigd is op een ijzeren spil die doorheen de staak naar de olieslagerij in het torenkot gaat. Voorwiel afkomstig van Mijnherenland (Nederland) en vangwiel van Tessenderlo. Op het klauwijzer van het voorwiel inscriptie "I. CLARYSSE" en "1789". Trap en staart met bewaard ijzeren kruisysteem.
De begraasde 'berg' is ten noordoosten toegankelijk via een gewelfde bakstenen tunnel. Getoogde poort onder dubbele rollaag. Dubbele poort, deels met bewaard oud hang- en sluitwerk. Voor de poort molensteen in de grond. Bakstenen trap naar de molen tegen de achtergevel van het magazijn aangebouwd.
Tunnel: vrij lang bakstenen tongewelf, leidend naar de bakstenen ruimte of kelderverdieping onder het torenkot. De ijzeren spil doorheen de staak komt uit in deze kelder en is voorzien van een overbrengingssysteem. Op dit wiel functioneerde de kollergang van de olieslagerij in de kelderverdieping van het torenkot (voor het laatst in gebruik in 1914 en niet meer aanwezig, de stenen zijn buiten bewaard). Eveneens overbrengingssysteem met stang naar de maalderij van 1956.

Het magazijn van de olieslagerij van ca. 1875, na de Eerste Wereldoorlog in gebruik genomen als maalderij (nu opslagruimte), is ten oosten tegen de molenberg aangebouwd. Laag, verankerd roodbakstenen gebouw onder zadeldak (rode Vlaamse pannen), markerende laadvensters onder zinken zadeldaken. De achtergevel is ingebed in de berg. Rondbogige muuropeningen onder rollaag en getoogde muuropeningen onder strek van rodere baksteen. Bewaard houtwerk van luiken, deuren en getraliede vensters met grote roedeverdeling.

Mechanische maalderij Vandenberghe van 1956.
De teloorgang van de kleine tarwemaalderij tijdens het interbellum, leidt in 1956 tot de oprichting van een nieuwe mechanische maalderij die zich in het bijzonder richt op de productie van veevoer. Roodbakstenen gebouw van twee bouwlagen onder zadeldak (golfplaten). Rechthoekige muuropeningen met betonnen vensters met roedeverdeling. Centrale travee met poort en laadvenster met hijssysteem, oplopend in puntgevel. Voorts hoge rechthoekige poorten, onder meer schuifpoorten.

Conform de overheidsreglementering wordt de mechanische krachtbron, een Deutz-dieselmotor, geplaatst in een van de maalafdeling afgescheiden ruimte. Behalve met deze motor is de machinekamer vandaag nog ingevuld met een voorraadvat diesel voor één dag, een compressor en twee waterpompen.
De maalderij zelf is uitgerust met een koekenpers van de belangrijke Belgische machinebouwer Leon Michel-Simonis (L.M.S.) uit Jupille (nabij Luik), een bonenbreker, een haverpletter, twee maalstoelen (met onderaandrijving), een builmolen en een zakkenlift. Van de twee maalstoelen met gemeenschappelijke galg is één uitgerust met een koppel Jaspers-kunstmaalstenen voor het malen van gerst en rogge (tot veevoeder). De tweede maalstoel heeft een koppel Engelse stenen voor het vermalen van tarwe (tot tarwebloem voor menselijke consumptie). Het aandrijfwerk is nog volledig aanwezig. Op de zolderverdieping van de maalderij bevinden zich een graanreiniger en een silovormige mengelaar met opzakopening op het gelijkvloerse niveau. Deze mengelaar wordt aangedreven door een elektromotor, terwijl de graanreiniger gelinkt is aan het transmissiesysteem dat met de Deutz-motor correspondeert. Naar de interne verhandeling van het maalgoed verwijzen nog een vijs voor het horizontale transport en een jacobsladder (elevator) voor het verticale vervoer.

In de jaren 1970 wordt een annex speciaal ten behoeve van de veevoederproductie uitgerust met een elektrisch aangedreven automatische Velosifter-drooginstallatie (cf. markerend torenvolume), gebouwd door de firma Robert Allegaert (Lichtervelde). De aan de weegput gelieerde Dema-elevator is eveneens van West-Vlaamse makelij, meer bepaald van de transporttoestellenproducent M. Dewagtere (Hooglede). Verder is nog een lintmenger, een hamermolen met filterkamer en een weegtoestel van de Torhoutse weegtoestellenfabrikant Robbe aanwezig.
Bewaarde Daf-vrachtwagen met silo voor het vervoer van veevoeders, cf. opschrift "VOEDERS VANDENBERGHE KORTEMARK".

Aanvullende informatie

Gemeenteraad Kortemark
ZITTING van 18 december 2017

Aanwezig:
Marc Vulsteke, Voorzitter Gemeenteraad
Toon Vancoillie, Burgemeester
Rik Waeyaert, Stefaan Vercooren, Karolien Damman, Johan Braem, Ronny Vierstraete, Schepenen
Christine Logghe, Voorzitter OCMW-Schepen Michel Deseure, Rita Tyvaert, Luc Vandermeersch, Rosa Moutton, Noel Bryon, Isabelle Doom, Marnik Vanbecelaere, Lynn Vermote, Jan Stoens, Dries Uyttenhove, Geert Vercruysse, Mark Pollentier, Tim Deweerdt, Gemeenteraadsleden
Sara De Meyer, Gemeentesecretaris
Verontschuldigd: Tom Cornette, Koen Decleir, Jelle Vercoutere, Gemeenteraadsleden

31. Onroerende goederen – Goedkeuring van de akte verwerving van de Koutermolen jegens dhr. en mevr. Vandenberghe-Verlinde volgens de voorwaarden en modaliteiten uit de akte opgesteld door de dienst Vastgoedtransacties van de Vlaamse overheid. Affectatie van het onroerend goed naar het openbaar domein van de gemeente Kortemark, meer in het bijzonder teneinde in de bewaring van het cultureel erfgoed te voorzien.

Aanleiding, feiten en context
Op vraag van raadslid Rita Tyvaert verduidelijkt burgemeester Toon Vancoillie welke gebouwen worden aangekocht. Raadslid Mark Pollentier meldt dat er vroeger in de kelder een radiopost was tijdens de oorlog en kan hierover informatie inwinnen indien de schepen dit wenst. Schepen Rik Waeyaert bevestigt dat dit interessante informatie kan zijn.
  • De gemeente telt 4 molens waarvan de gemeente er tot op vandaag 3 in beheer heeft. · De verwerving van de Koutermolen is het sluitstuk om voortaan alle molens in beheer van de gemeente te verkrijgen teneinde in een verdere bewaring van het cultureel erfgoed te voorzien.
  • Het is de bedoeling om via een door de Vlaamse overheid goedgekeurd molenbeheersplan vervolgens subsidie aan te vragen voor restauratie van dit patrimonium.

Relevante documenten

  • 20171110 ontwerpakte aankoop bebouwd onroerend goed.pdf
  • 20170705 2 PLAN2 kad.pdf
  • 20170705 1 GetLocalprintPDF.pdf
  • schatting 20170404.pdf
  • bodemattest 747 m.pdf
  • bodemattest 747 g.pdf
  • bodemattest 745 c.pdf
  • Verkoopbelofte Vandenberghe Verlinde Koutermolen.pdf
  • Schattingsverslag.pdf
  • Sentier 65.pdf

Juridisch kader

  • Het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en latere wijzigingen, onder meer de artikelen 27, 42, 43 (§2, 12°), 51 en 88.
  • Het voormeld gemeentedecreet van 15 juli 2005 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 248 tot en met 261 houdende bestuurlijk toezicht.
  • Burgerlijk Wetboek artikels 1582 en volgende t.e.m. 1701, waarbij de Vlaamse overheid het volgende publiceert op haar website: De bepalingen van het burgerlijk wetboek die gelden voor verkoop (artikel 1582 t.e.m. 1685 BW) gelden ook bij aankoop.
  • De omzendbrief BB2010/02: vervreemding onroerende goederen.
  • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
  • Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

Financiële implicaties

  • 2.500 € uitgave voor aankoop, Deze uitgave werd voorzien op het budget en wordt gefinancierd met eigen middelen.

Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Besluit:

Artikel 1: De Gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan het in het onderwerp omschreven dossier (de akte verwerving van de Koutermolen jegens dhr. en mevr. Vandenberghe-Verlinde volgens de voorwaarden en modaliteiten uit de akte opgesteld door de dienst Vastgoedtransacties van de Vlaamse overheid), in het bijzonder omvattende de stukken zoals gevoegd in het dossier en omschreven in onderhavige beslissing.
Artikel 2: De aankoop gebeurt voor openbaar nut onder de algemene verkoopsvoorwaarden zoals ze opgenomen werden in de diverse voormelde stukken in het dossier en de akte.
Artikel 3: Ter uitvoering van onderhavige beslissing wordt de gemeente Kortemark met administratieve zetel te Stationsstraat 68, 8610 Kortemark, ondernemingsnummer 0207532488 in dit dossier en bij het verlijden van de authentieke nodige gerelateerde akte vertegenwoordigd door de instrumenterende ambtenaar, zijnde de Vlaamse commissaris bij de afdeling Vastgoedtransacties, krachtens: a. Het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse Vastgoedcodex (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 januari 2015), waarbij de bevoegdheid van de Vlaamse commissarissen werd vastgelegd tot het uitvoeren van bepaalde vermogensrechtelijke verrichtingen in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse gemeenschaps- en gewestinstellingen en bepaalde entiteiten; b. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse Vastgoedcodex (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 januari 2015), houdende machtiging tot aanwijzing van de Vlaamse commissarissen en tot regeling van de werkwijze van het decreet van 19 december 2014; c. Het Ministerieel Besluit van de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie van 12 januari 2015, tot aanwijzing van de Vlaamse Commissarissen, vermeld in het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse Vastgoedcodex, gewijzigd bij Ministerieel Besluit van de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie van 2 maart 2015 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 maart 2015).
Artikel 4: De hypotheekbewaarder ontslag te verlenen van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
Artikel 5: Het aangekochte onroerende goed in onderhavige beslissing, na de verwerving, aanstonds te affecteren bij het openbaar domein van de gemeente Kortemark voor openbaar nut, meer in het bijzonder teneinde in de bewaring van het cultureel erfgoed te voorzien.
Artikel 6: Het college van burgemeester en schepenen is belast met de verdere uitvoering van dit besluit.
Artikel 7: Een eensluidend verklaard uittreksel van onderhavige beslissing zal aan de authentieke akte aangehecht blijven.
----------------------

Overlijdensbericht.
Gabriël Vandenberghe.
Woonachtig te Kortemark (8610)
Geboren te Gits (8830) op vrijdag 9 augustus 1929
Overleden te Kortemark (8610) op dinsdag 2 oktober 2018 op 89-jarige leeftijd
Echtgenoot van Mevrouw Georgette Verlinde
Volgens de wensen van de familie zal de ceremonie in de striktste intimiteit plaatsvinden.
Uitvaartzorg Feryn, Lichtervelde

Archieven
Archief Cultuurbibliotheek Brugge, nr. 5. Ommeloper van het ambacht Kortemark door Joannes Lobberecht, gezworen landmeter van ’t Brugse Vrije en deel door Guillaume Pasman en François Lobberecht, eveneens
gezworen landmeters, opgemaakt op verzoek van de baljuw, burgemeesters en schepenen van
het Ambacht Kortemark bij resolutie van 31 augustus 1679. 3 reg. (ongefol.) 1680.
Register 1 bevat de art. 1 -17; reg. 2 de art. 18-27 en reg. 3 de art. 18-27. Er steekt ook een
uittreksel in van de ommeloper van Hooglede (s.d.).

Werken
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 88.
Lieven Denewet, "Molenaar Felix Deneweth uit Kortemark emigreerde naar de USA", West-Vlaams Molenblad, jg. 33, 2017, 4, p. 42-43.
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 258-259(Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
Jacques Lorthiois, "Flandre Occidentale. Meuniers et moulins de West-Flandre", L'Intermédiaire des Généalogistes, n° 170, XXIX, 1974, 2, p. 116-126 (120).
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 138.
J. Demarée, T. Denoo, A. Desmytter, W. Messeyne, S. Vanhove, "Couchezmolen, molenmuseum, leidraad", Kortemark, s.d.
Marcel Werbrouck, "Van molens en molenaarsgeslachten: acht eeuwen molengeschiedenis te Kortemark", in: Jaarboek Heemkundige kring "Crekel Beke" Kortemark, 1990, p. 61-126.
Christiaan Debusschere, "Molengemeente Kortemark", Kortemark, MolenMagazine, 2003, 260 p.
Chr. Devyt, Onze windmolens in 1964, Biekorf, 1964.
Herman Holemans, West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1980, Deel IV, Gemeenten K-L, Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1997.
Els De Kinderen, "Kortemark en zijn windmolens. Een praatje met molenaar Gabriël Vanden Berghe", in: De Molenaar (NL), CV, 2002, nr. 4 (1 april), p. 30.
Ir. A. Monthaye, "De Koutermolen te Kortemark", in: Ons Heem, jg. XX, 1966, nr. 1 (Louwmaand), p. 24.
P. Vanneste, S. Baert, S. Creyf, "Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Kortemark, Deel I: Deelgemeente Kortemark en Handzame, Deel II: Deelgemeenten Werken en Zarren, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL42".

Persberichten
F. Boschvogel, "De Koutermolen te Kortemark", in: De oude Thouroutenaar, 1 augustus 1969;
R. Brackx, "Daar bij die Kortemarkse molen... Waar het verleden triestig kraakt...", in: De Weekbode, jg. 39 (1985), nr. 27 (5 juli), 597/2, ill.
"Kortemark, dorp vol troeven en... molens", De Weekbode, 27.06.2014.
"Vier molens in de kijker op Molendag", Krant Van West-Vlaanderen editie Torhout, 27.05.2016.
DUH, "786 bezoekers op geslaagde Molendag", Het Nieuwsblad, 14.06.2016.
S(am) V(an) (Acke)r, "Gemeente koopt Koutermolen voor 2.500 euro", Het Laatste Nieuws, 20.12.2017.
BFR, "Kortemark. Gemeente heeft met Koutermolen nu vier molens in bezit", Het Nieuwsblad, 20.12.2017, p. 4.
JDK, "Gemeente koopt Koutermolen", De Weekbode, ed. Torhout, 22.12.2017, p. 24.
"De Wullepitmolen is weer in Kortemarkse handen", De Weekbode, editie Torhout, 02.03.2018.
Sarah Gadeyne, “De Wullepitmolen start alles terug op. 'Molenaar zijn, is meer dan graan malen'”, Krant van West-Vlaanderen, 17.07.2020.

Overige foto's

transparant

Koutermolen

Foto: Arthur De Wit, Koekelare

Koutermolen

Foto: Donald Vandenbulcke, 25.05.2013

Koutermolen

De laatste beroepsmolenaar Gabriel Vandenberghe. Foto: Harmannus Noot, 2006

Koutermolen

Aquarel door de Duitse soldaat Pfennigwerth in 1916, druk Vistaprint (coll. Ton Meesters, Breda; uitg. als prentkaart in 2005 en als duostamp postzegel in 2006 door Stichting Levende Molens, Breda)

Koutermolen

Foto Jean Massart (Etterbeek, 1865-1925), ca. 1907 (identificatie: Jos Demar?e, Sint-Andries)


Laatst bijgewerkt: zondag 27 december 2020
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen Koutermolen, Kortemarkhomevorige paginaNaar Verdwenen Molens